Sluiten

Wil je klant worden of wil je een offerte? We bellen je graag:

 
Sluiten

Heb je een vraag? Stel hem hier:

 

UBO-register blijft een groot vraagteken

1 augustus 2017
delen:

Het is alweer ruim een jaar geleden dat de ‘Panama Papers’ gepubliceerd werden. Iedereen reageerde geschokt over het grote aantal belastingontduikers dat hierin werd genoemd. Voor de internationale politiek was de boot aan. De EU-lidstaten werken aan de registratie van de verantwoordelijke mensen achter ondernemingen en financiële transacties. Dit UBO-register moet het onmogelijk maken dat zij zich verschuilen achter brievenbussen en stromannen. Maar omdat het deels openbaar is, roept het veel nieuwe vragen op.

Wat is er aan de hand?

Het schokkende van de Panama Papers was niet zozeer dát mensen de belasting ontduiken. Dat is tenslotte van alle tijden. Mensen sloegen echter wel achterover van de schaal waarop dit bleek te gebeuren. In de Panama Papers staan de namen van meer dan 210.000 bedrijven, zakenmensen, bankbestuurders, artiesten en zelfs wereldleiders. Zij verborgen via slimme trucs en belastingparadijzen hun bezittingen en kapitaal voor de belastingdienst.

Bovendien brengen de Panama Papers nog maar het topje van de ijsberg aan het licht. Het IMF en de VN schatten dat jaarlijks tussen de 2 en 5 procent van het wereldwijde bruto nationaal product (bnp) wordt witgewassen door de eigenaars van bedrijven te verbergen.

Minder dan 1 procent hiervan wordt ontdekt omdat corrupte personen en witwassers zichzelf heel gemakkelijk kunnen verbergen achter anonieme ‘lege’ vennootschappen en fondsen. Dat getal moet omhoog, vindt ook de Europese Commissie. Al vlak na de publicatie van de Panama Papers heropende zij daarom de discussie rond de anti-witwasrichtlijn, of Anti-Money Laundering Directive (AMLD). Die richtlijn, die maatregelen treft tegen belastingontduiking, witwassen en de financiering van terrorisme, bestaat al langer, maar de Panama Papers riepen om aanpassingen hiervan.

Wat is het doel?

Op de London Anti-Corruption Summit van 12 mei 2016 kwam het idee naar voren van openbare registers voor zogenoemde Ultimate Beneficial Owners, of ‘uiteindelijk belanghebbenden’ van bedrijven. De Europese Commissie heeft dit advies overgenomen in de 4de AMLD die in juni vorig jaar werd aangenomen. Die eist dat er in alle lidstaten (deels) openbare registers komen waarin de ‘echte’ eigenaren van bedrijven met naam en toenaam worden genoemd.

De UBO is de persoon die de ‘echte’ rechten heeft over de winst- en/of zeggenschap in een onderneming. Iedereen die een uiteindelijk belang heeft van meer dan 25% in een onderneming of rechtspersoon komt in het UBO-register. Dat kunnen per onderneming dus meerdere personen zijn.

Wat is de stand van zaken?

Het Europees Parlement nam de 4de AMLD op 20 mei 2015 al aan. Door de stroomversnelling die de Panama Papers veroorzaakten, werden de EU-lidstaten verplicht om voor 27 juni 2017 een UBO-register in te voeren. Naar goed Europees gebruik is deze deadline is inmiddels verstreken zonder dat veel landen het UBO-register hebben ingevoerd. Uitstel is echter geen afstel. Eind maart 2017 werd het conceptwetsvoorstel hiervoor al gepresenteerd en waarschijnlijk volgt in de tweede helft van dit jaar een definitief wetsvoorstel voor een UBO-register. Het is verstandig dat ondernemers zich alvast voorbereiden op komst van het UBO-register.

Voor wie geldt het UBO-register?

Het UBO-register is een aanvulling op de registratie bij de Kamer van Koophandel. Het geldt dus voor vrijwel alle ondernemingen die zich bij de Kamer van Koophandel moeten inschrijven. Bijvoorbeeld: bv’s, nv’s, stichtingen, verenigingen, coöperaties, vof’s, maatschappen, etc. De eenmanszaak wordt in ieder geval uitgesloten van het UBO-register. Voorlopig komt er ook geen registratieplicht in Nederland voor de UBO’s van Fondsen voor Gemene Rekening, trusts en buitenlandse ondernemingen en rechtspersonen. UBO’s van een buitenlandse onderneming of rechtspersoon krijgen echter mogelijk wel te maken met een registratieplicht in een ander Europees land.

Wat zijn de gevolgen?

Het UBO-register heeft vooral veel meer administratieve rompslomp tot gevolg. Ondernemingen en rechtspersonen moeten ‘toereikende, accurate en actuele’ informatie over hun UBO’s verzamelen en onderhouden. Zij moeten dat vervolgens doorgeven aan het UBO-register bij de Kamer van Koophandel.

De overheid moet bovendien het nog ontwerpen en realiseren. Dat is vooral een kwestie van ICT en dergelijke projecten willen bij de overheid nog weleens mislukken. Daarnaast is er veel tijd en energie nodig voor het vullen en beheren van het UBO-register.

Het grootste gevolg van het UBO-register is echter dat het deels openbaar is. Dat brengt de privacy van de UBO’s in gevaar. In Nederland worden de volgende gegevens openbaar, en dus voor iedereen toegankelijk:

  • Naam
  • Geboortemaand en -jaar
  • Nationaliteit
  • Woonstaat
  • Aard en omvang van het economische belang van de UBO

De volgende gegevens worden niet openbaar en zijn alleen in te zien door bevoegde autoriteiten en de Financiële Inlichtingen Eenheid (FIE):

  • BSN/buitenlands fiscaal identiteitsnummer (TIN),
  • Geboortedatum,
  • Geboorteland en -plaats, en
  • Woonadres.

De lijst met openbare gegevens gaat veel partijen te ver. Zo denkt een aantal Nederlandse familiebedrijven er inmiddels over om naar het buitenland uit te wijken als het UBO-register daadwerkelijk vrij toegankelijk wordt. Ook de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB), de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs, VNO-NCW en MKB-Nederland maken zich zorgen over de privacy van UBO’s.

De overheid geeft in het wetsvoorstel voor het UBO-register vier maatregelen om de privacy te beschermen:

  1. Iedere gebruiker van het UBO-register wordt geregistreerd (al zal dit veelal niet het individu maar de instelling zijn);
  2. Er wordt een kostendekkende vergoeding gevraagd voor iedere inzage;
  3. Gebruikers anders dan specifiek aangewezen autoriteiten krijgen inzage in een beperkte set gegevens; en
  4. In risicovolle situaties zal er per individueel geval worden beoordeeld of de informatie over de UBO moet worden afgeschermd. Bijvoorbeeld als er sprake is van een waarschijnlijke dreiging van kidnapping.

Het is nog maar de vraag of deze waarborgen voldoende zijn en of zij de privacy van UBO’s echt beschermen.

En nu?

Zolang het wetsvoorstel nog aangepast kan worden en de kogel nog niet door de kerk is, is het afwachten welke vorm het UBO-register precies krijgt. Wij houden de ontwikkelingen goed in de gaten en kunnen je met raad en daad bijstaan tot, en als, het zover is. 

Mocht je vragen hebben over het UBO-register of andere zaken. Neem dan gerust contact met ons op. 

Pieter Vos - Kop of Munt

we houden je graag op de hoogte: