Sluiten

Wil je klant worden of wil je een offerte? We bellen je graag:

 
Sluiten

Heb je een vraag? Stel hem hier:

 

Hoe overleef ik mijn schuldeisers?

1 juli 2017
delen:

De Minister van Veiligheid en Justitie diende op 14 augustus 2014 het wetsvoorstel “Wet continuïteit ondernemingen II” (WCO II) in. Met de WCO II kunnen ondernemers hun schulden opschonen zonder een faillissement of surseance van betaling. Het is de bedoeling dat de WCO II nog in 2017 in werking treedt. Wat betekent de WCO II voor ondernemers die in zwaar weer verkeren, maar voor wie er wel licht aan de horizon gloort?

Waarom is er behoefte aan de WCO II?

Zoals de meeste ondernemers heb je vast weleens te maken met een ‘cash-flow’-probleem. De onderneming heeft wel waardevolle bezittingen, maar het geld is niet direct beschikbaar om alle schulden te betalen. Dat leidt tot boze schuldeisers en de ruzie loopt daarbij vaak hoog op. Het wordt al snel persoonlijk en schuldeisers weigeren dan, vaak gewoon om dwars te liggen, mee te werken aan een ‘beschaafde oplossing’. Zij zeggen in feite: “je geld of je leven”.

Dan heb je weinig keuzes: je kunt proberen de onwillige schuldeiser toch op een of andere manier te betalen. Dat is broekzak-vestzak en dan heb je weer tot problemen met andere schuldeisers. Helaas is de enige andere keuze om uitstel van betaling of een faillissement aan te vragen, met alle nare gevolgen van dien.

Ondernemers vragen de politiek daarom al lang om een wettelijke regeling. Ze willen dat schuldeisers een akkoord niet zo makkelijk kunnen frustreren. Zo’n wet stimuleert ondernemers bovendien om snel een goede oplossing te vinden zodat de tent blijft draaien. De WCO II is die wet. Wat je rechtsvorm ook is: de WCO II respecteert de rechten van schuldeisers, maar beperkt die tegelijkertijd.

Wat doet de WCO II?

Zoals de naam al zegt, moet de WCO II ervoor zorgen dat een ‘gezond’ bedrijf dat tijdelijk de schulden niet kan betalen, kan voortbestaan terwijl je naar een oplossing zoekt. Het dwingt schuldeisers en/of aandeelhouders om mee te werken aan een oplossing waarmee iedereen kan leven. Zo kunnen ondernemers de put de dempen voordat het kalf verdronken is. De WCO II is geen exacte kopie van de Amerikaanse Chapter 11-regeling, maar het doel is wel hetzelfde: reorganisatie en herstructurering buiten uitstel van betaling of faillissement om.

De WCO II wil het proces van het wegwerken van problematische schulden flexibiliseren en versnellen, met zo min mogelijk formaliteiten, kosten en onzekerheden. De regeling geeft je de vrijheid om zelfstandig een akkoord te sluiten met schuldeisers en/of aandeelhouders. Zij kunnen dat niet tegenhouden zonder een ‘redelijk belang’ en de rechter bepaalt of dat het geval is. Je houdt het initiatief en de regie over dit proces. De rechter is erbij betrokken om de belangen te beschermen van alle partijen binnen de overeenkomst.

Bijna alle betrokken partijen zijn enthousiast over de WCO II:

  • Het leidt tot akkoorden die faillissementen en uitstel van betaling voorkomen. Dat is een flinke stap voorwaarts, want uit onderzoek blijkt dat maar weinig faillissementen eindigden door een akkoord.
  • Het voorkomt plannen die vastlopen of mislukken omdat een enkele schuldeiser dwarsligt in de hoop dat hij dan zijn geld wel krijgt (ten koste van alle andere crediteuren).
  • Nu liggen de eisen voor het verplicht deelnemen aan een buitengerechtelijk akkoord nog heel hoog. Schuldeisers worden daardoor vrijwel nooit gedwongen om hieraan mee te werken. Dat is met de komst van de WCO II verleden tijd.
  • De WCO II voldoet aan Europese en internationale wet- en regelgeving en brengt Nederland weer in de pas met het buitenland.

Hoe werkt de WCO II?

De WCO II komt tot een akkoord buiten het gerecht om. Het doet dit in twee stappen:

  1. De schuldenaar stelt een herstructureringsplan op en sluit op basis daarvan een akkoord met (een deel van) zijn schuldeisers en/of aandeelhouders.
  2. De schuldenaar vraagt de rechter het akkoord algemeen verbindend te verklaren.

Eerste stap: voorstel voor een akkoord

De basis van het akkoord is natuurlijk dat zowel de schuldenaar als de schuldeisers/aandeelhouders ‘eruit willen komen’. Zij moeten water bij de wijn doen en dat betekent meestal dat zij genoegen moeten nemen met minder. Niet iedereen wil dat, natuurlijk, maar zolang een meerderheid dit erachter staat kan er toch een akkoord komen. Het is wel verstandig om te overleggen met je accountant en juridisch adviseur als je het herstructureringsplan op gaat stellen. Het plan moet namelijk gebaseerd zijn op de ‘liquidatiewaarde’ en de ‘going concern’-waarde van je bedrijf. Je moet de waarde van het ondernemingsvermogen namelijk als een geheel zien met het oog op het voortzetten van de onderneming. De WCO II stelt bovendien een aantal voorwaarden waaraan een buitengerechtelijk akkoord moet voldoen, namelijk:

  • Het moet behoorlijk zijn onderbouwd;
  • Het moet een volledig en actueel inzicht bieden in de schulden- en vermogenspositie;
  • Er moet inzicht worden geboden in het maximaal haalbare resultaat;
  • Het moet zijn opgesteld en worden begeleid door een onafhankelijke deskundige;
  • Er moet aannemelijk worden gemaakt dat het niet bereiken van het akkoord tot een faillissement zal leiden met als gevolg dat de schuldeisers minder zullen ontvangen;
  • Vergelijkbare gevallen moeten vergelijkbaar behandeld worden;
  • Tijdens de uitvoering van het akkoord moeten de schuldeisers op de hoogte worden gehouden van relevante ontwikkelingen met betrekking tot hun vordering.

Je bepaalt zelf op welke partijen het akkoord van invloed is en dus wie erover mag stemmen. Daarbij moet je ‘gelijksoortige’ crediteuren, financiers en aandeelhouders gelijk behandelen. Dat kan door deze partijen in te delen in klassen en elke klasse een passend voorstel te bieden.

Tweede fase: verzoek tot algemeen verbindende verklaring

Elke klasse stemt over het herstructureringsplan en als een meerderheid ermee instemt, is het akkoord aangenomen. Dan kun je het plan voorleggen aan de rechtbank met het verzoek om een algemeen verbindende verklaring (AVV). Dit kan trouwens ook als het akkoord niet is aangenomen. De rechtbank kan het verzoek namelijk nog steeds toewijzen, als zij vinden dat de afwijzing van de schuldeisers of aandeelhouders niet op ‘redelijkheid’ is gebaseerd. Bovendien kunnen zowel de aanbieder als de schuldeisers of aandeelhouders in hoger beroep gaan tegen de uitspraak van de rechtbank.

Conclusie

De WCO II beschrijft wat je moet doen om tot een buitengerechtelijk akkoord met schuldeisers te komen. Nadat de schuldeisers en/of aandeelhouders stemmen over dit akkoord, legt de rechter dit vast in een algemeen verbindende verklaring (AVV). Er staat wat betreft zo’n akkoord niets vast: je kunt van alles afspreken, als de meerderheid het er maar mee eens is. Dat maakt de procedure flexibel, maar ook wankel. Het is daarom goed om bij het opstellen van het akkoord professionele hulp van je accountant en een juridisch adviseur in te roepen.

Mocht je hier vragen over hebben, neem dan gerust contact met ons op. 

Pieter Vos - Kop of Munt 

we houden je graag op de hoogte: